Richteren 3,12-30

Uitgegeven: 17 augustus 2010

LINKSHANDIGENDAG

links-rechts

Op vrijdag de 13e augustus 2010 was het de dag voor linkshandige mensen. Ouderen die linkshandig zijn werden als kind misschien wel geplaagd met allerlei methoden om toch alsjeblieft met de rechterhand te schrijven. De rechterhand is de "goede" hand geweest; eeuwenlang. Je hoort wel eens van mensen dat ze twee rechter of linker handen hebben; de laatstgenoemden worden dan als onhandig bestempeld.

Elkaar de hand geven is steevast de rechterhand schudden. Vroeger, toen toilethygiëne nog echt een luxe was, gebruikte men de linkerhand om zo goed en zo kwaad als dat ging zich weer ‘schoon' te maken. Logisch dus dat je die vieze linkerhand niet uitsteekt om je vriendschappelijkheid te bewijzen.

Nu zijn er inmiddels aangepaste schrijfmethodes op school, blikopeners, scharen, ja allerlei voorwerpen te verkrijgen om het voor iemand die linkshandig is gemakkelijker te maken.

vrijdag de 13e

Waarom nu juist vrijdag de 13e een dag voor linkshandige mensen is geweest weet ik niet. Misschien dat linkshandigheid in verband wordt gebracht met ongeluk of bijgeloof; geen idee.

Het valt wel op als iemand met de linkerhand schrijft; van Obama zal het haast niemand zijn ontgaan. Ook Ludwig van Beethoven, Albert Einstein en M.C.Escher waren linkshandig.

linkshandige in de Bijbel

In de Heilige Schrift is er ook een linkshandige; één in ieder geval. Het is Ehud. Zijn naam heeft iets met majesteit te maken. U kunt over hem lezen in Richteren 3,12-30. Deze linkshandige, deze onhandige, maakt van linkshandigheid echter buitengewoon handig gebruik. Zo wordt hij een richter. Die richters dat zijn mensen die God geeft om te zorgen voor een zekere rust in het land Israël. Er waren nog geen koningen. Regelmatig loopt het door ongeloof uit de hand en telkens zendt de Here God dan iemand die in zijn Naam orde brengt. Meestal zijn dat mannen, maar er zijn ook vrouwelijke richters. Ehud is zo'n richter. Zoals zijn naam aangeeft, mag hij iets van Gods majesteit laten zien.

Israël was bezet door het naburige land Moab. De koning heette Eglon. Letterlijk betekent die naam kalf. De tekst geeft de verhoudingen al weer. De redder heeft iets van majesteit, de bezetter is een rund. De Here God redt, zelfs door een onhandige hand.

schelmenstreek

De situatie wordt uitgetekend. Ehud moet met een aantal mensen de belasting van het bezette land Israël aan de koning van Moab geven. Hij vraagt of hij de koning persoonlijk mag spreken. Hij lijkt ongewapend. Zijn wapen zit namelijk aan de rechterkant tussen zijn klederen. Hij heeft het met opzet gemaakt, klein als een dolk van nog geen 40 centimeter lengte in totaal. Zo voor het grijpen voor de linkshandige, maar op een ondenkbare plek voor iedereen die rechtshandig denkt. Hij kwam, om zo te zeggen, zonder problemen het controlepoortje van de veiligheidsbeambten door.

Eenmaal alleen met de koning, blijkt al gauw wie er de werkelijke majesteit bezit. Ehud pakt met de linkerhand het tweesnijdend zwaard dat hij thuis puntfijn had geslepen. Hij steekt toe en het hele zwaard verdwijnt in het vet van de zwaarlijvige Eglon. Niet zo maar, maar: floep! Met heft en al. Ehud laat de koning in zijn privé vertrek achter, doet de deur op slot en ontsnap ongezien. De knechten durven hun moddervette chef niet te storen. "Hij zal zich hebben afgezonderd" zeggen ze tegen elkaar. Lees: hij is naar de WC. Dat kan een tijdje duren.

Zo wordt de vijand voor schut gezet en zo bevrijdt de Here zijn volk Israël. Wie bij de Here God hoort, kan niet anders dan om deze bevrijding lachen. Nota bene door die linkshandige Ehud.

dwaasheid van God

De apostel Paulus zal uiteindelijk zeggen dat God redt door de dwaasheid van de prediking van het kruis. Want echt dwaas is het om het kruis van Jezus Christus als dwaas te betitelen. Wat verlies lijkt te zijn, blijkt overwinning. Zijn dood wordt in de opstanding een teken. De dwaasheid van het geloof zal uiteindelijk het ongeloof neersteken. Als dat verborgen mes. Nu lijkt het ongeloof het meest logisch en verstandig. Het is groot, ja kolossaal en allesbepalend. Kerkgangers en gelovigen, ze lijken tot een minderheid te gaan behoren. Maar wie oren heeft die hoort en slijpt nu z'n mes en strijdt met het zwaard van de Geest, dat is het Woord van God.

ds.G.J.Krol

Overzicht

Volgende »