Uitgegeven: 3 maart 2011
DE HERE GOD ALLEEN BOUWT UW HUIS
Heel nadrukkelijk wijst de Here Jezus op zichzelf. ‘Komt tot Mij, gij die vermoeid en belast zijt' of ‘Zonder Mij kunt gij niets doen' of 'Mij is gegeven alle macht in de hemel op aarde'.
Juist dat exclusieve vinden wij nog weleens lastig. We denken dat onze ergernis voortkomt uit het feit dat wij moderne mensen zo goed weten dat er zoveel meer op de markt van ‘filosofie en religie' te koop is. Alleen Jezus? Nee, dat vinden we dan te benauwend en te beperkend. Het is te smal voor ons brede en ruime denken; ouderwets.
Toch is die ergernis niet zo nieuw als wij misschien wel menen. Jezus Die op zichzelf wijst als de Weg, de Waarheid, het Leven en Die zich als de Ware Wijnstok, het Brood des levens bekendmaakt; dat was al een ergernis voor zijn tijdgenoten, die zichzelf misschien niet zo verlicht in hun denken vonden als wij onszelf A.D. 2011 beschouwen.
De Here Jezus als ergernis, als steen des aanstoots, als struikelblok. Het is van alle tijden. In de Evangeliën lezen we al hoe zijn verschijnen naast geloof ook ergernis wekt. Die ergernis drijft Hem naar zijn kruisiging toe. Er is voor Hem geen plaats, niet in deze wereld, maar ook niet in onze menselijke gedachtewereld.
Als de Here Jezus zo nadrukkelijk zichzelf aanwijst klinkt daarin heel herkenbaar een verwijzing naar de Schrift in door, naar wat wij het Oude testament noemen. Dat was voor tijdgenoten misschien wel de grootste ergernis. Dat de Here Jezus dingen over zichzelf zegt, die in de Bijbelse taal alleen over God gezegd worden. Neem nu Psalm 127
1Een pelgrimslied, van Salomo.
Als de HERE het huis niet bouwt,
tevergeefs zwoegen zijn bouwers eraan;
als de HERE de stad niet bewaart,
tevergeefs waakt de wachter.
2Het is tevergeefs dat u vroeg opstaat,
laat opblijft,
brood eet waarvoor u moet zwoegen:
Hij geeft het Zijn beminden in de slaap.
3Zie, kinderen zijn het eigendom van de HERE,
de vrucht van de schoot is Zijn beloning.
4Zoals pijlen in de hand van een held,
zo zijn de zonen, ontvangen in de jeugd.
5Welzalig de man die zijn pijlkoker
daarmee gevuld heeft;
zij worden niet beschaamd,
als zij met de vijanden spreken in de poort.
Het zijn in feite twee spreuken, over de opbouw van het huis, de stad (vers 1 en 2) en over de nakomelingen (vers 3-5)
Die zijn nauw op elkaar betrokken. Huis, stad en kinderen ; wat kun je daar een zorgen over hebben. Zorgen waarmee je opstaat en naar bed gaat soms. Huis, stad en kinderen staan niet los van de Here God. De Godsnaam JHWH vinden we hier op deze drie momenten terug. Alle moeite, alle inzet, die zonder Hem wordt gegeven is zinloos en tevergeefs. Dat horen we ook bij Prediker terug, maar ook bij de apostel Paulus in zijn bekende lied over de liefde als weg die nog verder omhoog voert; hoger dan welke andere weg er ook zij (1 Korinthiërs 13). Inzet zonder die Liefde is verloren inzet. We moeten ons dus ook weer niet al te druk maken; daarin kan de gemeente een voorbeeld in de samenleving van deze tijd zijn. Rust en vertrouwen uitstralen.
De Here God is volgens deze Psalm niet de grote afwezige, maar juist de grote Aanwezige in gewone levens van mensen. Hij is persoonlijk betrokken en Hij schept leven in de diepste zin.
Geloof mag dat bevestigen. Door de Heilige Geest mogen mensen tot de erkenning komen dat hun huis door de Here is gebouwd, al hebben zij er hun inzet voor gegeven. Door die Geest ook belijden ze dat Hij waakt, al moeten er wachters zijn. Door die Geest erkennen ze ook dat kinderen van de Here God zijn en van niemand anders. De Doop herinnert daaraan - daarom verheug ik me ook zo op de 13e maart aanstaande. Daar zijn ouders, ja heel de gemeente bijeen. In het vertrouwen dat de Here God zijn zegen niet onthoudt.
Nu begrijpen we ook iets van het geheim van die exclusiviteit van de Here Jezus, die Gods Woord zo op zichzelf betrekt. In de Here Jezus krijgt Gods liefde een menselijk gezicht. Dan spreken we niet meer in algemene termen, maar over Hem; over Hem alleen. Zoals u en ik over onze geliefden ook niet in algemene vage termen spreken. Immers als we daarin ruim zijn, blijkt gek genoeg dat we voor onze geliefde juist geen ruimte hebben gelaten, maar er anderen naast of voor in de plaats hebben gesteld.
De Liefde van God in Christus. We mogen de liefde die Paulus ver boven alles en allen - ook boven zichzelf - uit bezingt, beamen. "JA" zeggen op Gods "JA" in zijn Zoon Jezus Christus gesproken. Als in de nacht aan zijn beminden gegeven. Zo leren we leven van Gods tegenwoordigheid, van zijn Liefde, die immers de liefde in Christus is.
Hopelijk tot ziens bij de doopdienst van Rebekka Myrthe en Lukas Johannes Tiggelman!
G.J.Krol
Deze meditatie verscheen in maart 2011 in "Appèl"