Meditatie over Lucas 24: 1-11

Uitgegeven: 22 april 2011

Lukas 24: 1-11 ZOTTEKLAP


En deze woorden schenen hun zotteklap en zij geloofden haar niet


Sommige keukenkastjes hebben zulke hoge planken, dat je er haast niet bij kunt. Je reikt zover als je kan. Een enkele keer lukt het om het gewenste voorwerp te pakken te krijgen, vaker loopt het verkeerd af; bij mij althans. De schaal wordt helaas verder weggeduwd door mijn machteloze vingers die er immers net niet bij kunnen. Gelukkig gebeurt het niet zo vaak dat er ook onbedoeld andere, juist breekbare dingen, meekomen als ik te pakken heb gekregen wat ik wilde. De keukenvloer blijkt dan harder dan verwacht en er moet worden geveegd. U begrijpt de ravage en kunt zich het gevoel van onvrede dat zich van mij meester heeft gemaakt wellicht voorstellen. Nu moet ik met blik en veger aan de slag en dat terwijl ik juist te ongeduldig was om een trapje of een degelijke stoel erbij te pakken.


Wat deze huis-tuin-en-keuken voorvalletjes met Pasen te maken hebben zal duidelijk zijn. De Psalmist verzucht over de nabijheid van de Here God in Psalm 139 Het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven; ik kan er niet bij. Alleen als je op een stoel gaat staan zijn de keukenproblemen op te lossen. Gek genoeg gaat dat ook op voor deze Bijbelteksten. Pas als iemand voor ons "op een stoel gaat staan" worden ze duidelijk. Die stoel, is uiteraard de preekstoel. Anders gezegd: pas als de Bijbel ons wordt verkondigd, kunnen we het vatten. Met ons gezonde verstand kunnen we er niet bij. We duwen het verder van ons af; het wordt allemaal nog veel gecompliceerder dan het al was, of we halen geloofszaken naar voren waar we geen vat op krijgen, die ons dreigen te ontglippen en op een harde vloer van wetenschappelijk denken aan gruzelementen vallen. Daarentegen als het als een Levend Woord wordt verkondigd, komen de woorden tot leven door de Heilige Geest. Ja, dan grijpen wij ze niet, maar dan grijpen die woorden omgekeerd ons aan en brengen ons op een hoogte die we met ons verstand niet konden of kunnen bereiken.


Vanaf de eerste dag dat de Here Jezus werd opgewekt is er ongeloof. Daar zijn de Evangelisten helder over. De Bijbel verbloemt niets, zeker ook niet onze twijfel of ergernis.


De discipelen geloven de vrouwen niet. Het is volgens Lukas een heel groepje vrouwen, met een drietal als eerste getuigen.


Vrouwen telden niet mee als rechtsgeldige getuigen, maar ook deze vrouwen worden niet geloofd. Ieder van u weet hoe lang het heeft geduurd voordat werd erkend dat ook vrouwen met recht ‘op een stoel' konden staan, anders dan de keukenstoel, namelijk de preekstoel. Debora, de richter, maar juist ook deze vrouwen van de Eerste Dag bewijzen dat de Here God anders werkt. Hij werkt steeds van buiten naar binnen. Hij begint in de rand van de samenleving. Niet in het overvolle Bethlehem, waar alle nazaten van koning David onder anderen zich hebben verzameld, maar in het open veld aan naamloze herders verschijnen engelen om het heil voor de wereld bekend te maken. Ook hier verschijnen de engelen niet aan de elf discipelen, maar aan vrouwen. En als ze de vragen en woorden overbrengen lijkt dat de discipelen zotteklap.


Zotteklap; wat een prachtig ouderwets woord! Het lijkt hen klinkklare onzin toe! Dwaasheid; belachelijk en noem maar op. Dan praten we niet over Pilatus en de soldaten of over Kajafas en de andere priesters of over schriftgeleerden. Nee, deze houding treffen we aan bij de discipelen! Het is beschamend!


Jazeker, dat is en blijft het. Het ongeloof bevindt zich - helaas - ook in onze kringen. "Er is er, dominee, nog nooit eentje teruggekomen!" We kunnen er met ons verstand niet bij.


Wat een troost dat zelfs dat in de nauwste kring rondom Jezus wordt gehoord. Wat een uitdaging om het wel te geloven. O, als ik niet geloofd had des HEREN goedheid te zullen zien in het land der levenden! verzucht Psalm 27. Maar; hij heeft het wel mogen geloven! Ook de discipelen zullen uiteindelijk door de werking van de Heilige Geest tot geloof worden gebracht, ondanks hun twijfel (zie het slot van het Evangelie naar Mattheüs).


Ons cynisme wordt het zwijgen opgelegd. Vanaf de ‘stoel' klinkt de oproep tot bekering en geloof.


In het lied mogen we dat ver boven ons verstand beamen:


Jezus leeft, en ik met Hem; dood waar is uw schrik gebleven?


GEZEGENDE PAASDAGEN TOEGEWENST


G.J.Krol deze meditatie is ook verschenen in het kerkblad Appel van de Gereformeerde kerk te Geldermalsen in april-mei 2011

Overzicht

« Vorige | Volgende »