Uitgegeven: 27 mei 2011
Here,herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?
Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich heeft gehouden.
Lezen: Handelingen 1,1-11
Op 21 mei waren er mensen die de wederkomst van Christus en het einde van de wereld. Sommigen waren echt bezorgd. Ik denk dat zulke berichten moeten worden getemperd met de uitspraak van Maimonides, later ook op naam van Luther; ‘Als Christus morgen komt, plant ik vandaag een appelboompje'. Lees: ik leef rustig voort en werk voort in mijn dagelijks leven. Wanneer Hij komen zal, zal het op zijn tijd zijn, niet de mijne.
Calvijn vond dit een vraag van de discipelen, waaruit duidelijk blijkt dat zij de gave van de Geest nog niet hadden ontvangen. Een vraag die niet ter zake doet in zijn visie. De Jood Da Costa, in de 19e eeuw beschouwt de vraag als uiterst belangrijk. Da Costa vindt de vraag juist daarom van belang omdat hij de gekruisigde en opgestane Here Jezus als zijn Messias heeft leren kennen en Hem belijdt.
In de tijd tussen Pasen en Hemelvaart heeft de opgestane Here Jezus voortdurend onderwijs gegeven over het Koninkrijk Gods. Dat is geen luchtspiegeling, maar een belofte!
Het is uiteraard onvoorstelbaar dat de leerlingen, wanneer zij zo het hoogste onderwijs hebben ontvangen tot slot een dwaze vraag zouden stellen.
Dat is ook volgens mij niet het geval.
Het antwoord van de Here Jezus heeft dan ook niet betrekking op dat koningschap voor Israël, maar op het tijdstip.
Over dat tijdstip, het wanneer, kunnen wij niet veel zeggen. Wel iets, maar wees vooral voorzichtig en laat u niet opjutten. Denk aan die appelboom van Maimonides.
Waar het om gaat is dat koningschap over Israël. Calvijn vond dat klaarblijkelijk vreemd, maar Da Costa juist niet. Wat is daar nu zo belangrijk aan? En wat hebben wij daar aan? De oude Heidelberger Catechismus vraagt "wat nut ons de Hemelvaart?" Dat is misschien wel typerend voor geloofsoverdracht. Jongeren willen weten wat je er aan hebt. Dat legt dus verantwoordelijkheid bij in de eerste plaats de ouders, maar ook in het verlengde daarvan de gemeente.
Laat zien wat je aan je geloof hebt! Dwars door alle twijfel, vragen en tranen heen. Aan het einde van die veertig dagen na Pasen, vlak voor de Hemelvaart, stellen de leerlingen de serieuze vraag. Here,herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?
Dat is niet het cynische van de vraag van Van 't Reve: ‘Dat koninkrijk van U, wordt dat nog wat?' maar stelt een vraag naar de concrete invulling.
Het concrete; dat is heel Joods, vandaar dat deze vraag de Jezus Christus belijdende Jood Da Costa zo aanspreekt. Het Koninkrijk van God maar zal concreet gestalte moeten hebben.
De evangeliën, ja heel het Nieuwe Testament getuigt immers ook dat de Here "waarlijk" is opgestaan! Het gaat dus niet om een ‘opstandingservaring' zo als ik nota bene in een leerboekje van de landelijke PKN heb gelezen. Nee! Dat is versluierend taalgebruik, want dan zou je kunnen zeggen dat de opstanding een interpretatie is, een geloofsbelevenis los van de concrete werkelijkheid. Het boek de Da Vinci code, spint natuurlijk garen bij.
Maar voor de verkondiging, valt daar geen goed garen mee te spinnen. Nee de Bijbel heeft het over concrete mensen, mensen van vlees en bloed, waarvan er niet één zonder gebrek is.
Denk je eens in dat er geen opstanding zou zijn. Paulus zegt terecht dat w dan zeer beklagenswaardige mensen zouden zijn. Grappig; zo kijken inderdaad veel ongelovigen naar Christenen.
Het zal blijken totaal anders te zijn. De Gekruisigde is de Opgestane Here, Die voor ons pleit, heel concreet. "We hebben ons vlees in de hemel!"